Tussen zand en tijd neemt je mee naar de uitgestrekte vlaktes van de Marker Wadden, waar Frans Roescher samen met andere leden van AWN Flevoland tijdens lange veldverkenningen zorgvuldig en verantwoord speurt naar sporen uit een ver verleden. Urenlang lopen over opgespoten zand, bukken, turen en verzamelen — en soms met lege handen terugkeren. Want wie hier zoekt, weet dat vondsten zeldzaam zijn en geduld vergen. Dit verslag, in de vorm van mailverkeer dat is gestuurd aan medewerkers van Natuurmonumenten, doet op betrokken en persoonlijke wijze verslag van deze zoektocht.
Af en toe geeft het zand zijn geheimen prijs: versteende botten van prehistorische zoogdieren of vuurstenen reststukken die herinneren aan Neanderthalers. In Tussen zand en tijd ontvouwt zich zo stap voor stap het verborgen verhaal van ons oerverleden.
Tussen Zand en Tijd
Marker Wadden – 7 en 14 september 2022
Dag Natuurmonumenters.
Hierbij het verslag van de succesvolle zoektochten op 7 en 14 september. Wij hebben deze twee dagen gezocht op het zuiderstrand. Het is verbazingwekkend hoeveel botmateriaal we gevonden hebben. Op de eerste foto zie je de zakken met ruw botmateriaal dat we verzameld hebben. We nemen dit materiaal mee om het zoeken op een later tijdstip gemakkelijker te maken. We hebben op dit gebied al 4 keer eerder intensief gezocht, maar het is duidelijk dat na verloop van tijd, door regen en wind telkens weer nieuwe schatten zichtbaar worden.
Op de tweede foto zie je een aantal botten van wolharige neushoorn (Coelodonta antquitatis) en mammoet. Bovenaan zie je een voetwortelbeen van een wolharige neushoorn, een middenvoetsbeen en een klein teenkootje. Het middenvoetsbeen is gebroken. Het is een verse breuk. Er ligt ongetwijfeld ergen in het zand het ontbrekende stuk. Het lange stuk daaronder is een rib fragment van een wolharige neushoorn. Daaronder zie je drie botten van een wolharige neushoorn. Links is een handwortelbeen (lunatum), een voetwortelbeen, en een teenkootje (1e phalange). De drie grote stukken daaronder zijn van mammoet. Het grote horizontale stuk is van een kuitbeen (fibula) van een mammoet. De uiteinden zijn afgebroken, waarschijnlijk is dat al in de ondergrond gebeurd. Daaronder bevindt zich een fragment van een schouderblad van een mammoet. Helemaal onderaan zie je iets wat lijkt op een paaltje. Het is een stuk van een stoottand van een mammoet. Deze twee dieren zijn typische bewoners van een droge mammoetsteppe. Tussen ongeveer 105.000 en 25.000 jaar geleden liepen ze hier rond.
Op de foto hierboven zie je een aantal resten van dieren die hier rondliepen gedurende het Eemien, het warme interglaciaal van 130.000 tot 105.000 geleden, en het Weichselien, de laatste ijstijd 105.000 tot 11.500 jaar geleden. Links bovenaan zie je voetwortelbeen van een paard. Daarnaast een sprongbeen( astragalus) van een rendier en een enkelbot van een hert. Daarnaast zie je twee geweifragmenten van een hert. Het horizontale stuk daaronder is van een middenvoetsbeen(metatars) van een hert. Daarnaast vertikaal de onderkant van het scheenbeen (tibia) van een hert. Het stuk links daarvan is een fragment van een hielbeen (calcaneum) van een edelhert. Op de onderste twee rijen zie je resten van het reuzenhert en de ree. Links op de één na onderste rij zie je de onderkant van het spaakbeen (radius) van een jong reuzenhert. Dit deel is bij een volwassen dier vastgegroeid aan de schacht van het bot.Je kunt zien dat het niet vastgegroeid heeft gezeten, dus het was een jong dier. Rechts daarvan zie je een teenkoot van een reuzenhert. (1e phalange). Helemaal links onderaan zie je een geweifragment, de oogtak van een reuzenhert. Dit dier was prominent aanwezig in het gebied van de Marker Wadden. De drie kleine botjes rechts onderaan zijn bijzonder. Het kleine botje is een sprongbeen (astragalus) van een ree. Rechts daarvan een afgeworpen geweistang van een ree. Je herkent dit door de “parels” op het gewei. Het kleine stukje rechts is een puntje van een gewei. Het vinden van fossiele botten van een ree is en zeldzaamheid. Het zou mooi zijn als we dit zouden kunnen dateren, omdat deze dieren populair jachtwild waren voor mensachtigen.
Op de foto hierboven zijn een paar zeer spannende zaken te vinden. Bovenaan zie je in een plastic zakje de resten van een hoektand van een wild zwijn. We vinden zelden resten van dit dier, dit is vrij zeldzaam. Het wilde zwijn komt voor in het holoceen, de tijd waarin we nu leven. Gedurende de laatste ijstijd komt dit dier nauwelijks voor. Het dier heeft een bosrijke omgeving nodig en kan zich niet handhaven op een droge mammoetsteppe. Gedurende het Eemien, de warme tijd voor de laatste ijstijd, hadden we hier een ideaal klimaat en vegetatie voor het wilde zwijn. Het zou zo maar kunnen zijn dat dit 120.000 jaar oud is. Links daaronder is een raadselachtig stukje bot. We denken dat het een stukje schedel is van een mensachtige. Dit klinkt spannend, maar laten we niet speculeren dit gaan we nader bestuderen en voorleggen aan deskundigen. Rechts daarvan zie je 5 vuursteen werktuigen. De eerste twee stukken zijn afslagen, die ontstaan bij het vervaardigen van werktuigen. Rechts daarvan zie je bewerkte spits en twee klingen. Dit zijn echte werktuigen. Toppers! Onder het stukje schedel zie je een stuk van een tand. Het lijkt van een groot roofdier, maar het is niet van een leeuw, hyena of beer. Een raadselstuk. Daarnaast zie je een fragment van de knop van een dijbeen. Hier zijn we ook nog niet uit.
Helemaal onderaan zie je twee prachtige zeldzame topstukken. Het zijn twee botten van een muskusos(Ovibos moschatus). Dit is en dier wat nu nog leeft in subarctische streken in Groenland en Canada. Toen het 30.000 jaar geleden extreem koud werd hier vertrokken de mammoet en de wolharige neushoorn. De muskusos, een echte bikkel, hield zich staande. Botten van dit dier worden zelden gevonden. Dan in één keer twee botten vinden is fantastisch. Links onderaan is een compleet sprongbeen (astagalus) en rechts een één van de laatste borstwervels. Ik voeg nog een foto bij van dit dier.
Jullie begrijpen dat we zeer enthousiast zijn over de bijzondere vondsten. Ik wil jullie bedanken voor de medewerking en gastvrijheid. Zo zijn wij in staat bijzondere fossielen en artefacten veilig te stellen.
Met vriendelijke groet
Frans Roescher









