Tussen zand en tijd neemt je mee naar de uitgestrekte vlaktes van de Marker Wadden, waar Frans Roescher samen met andere leden van AWN Flevoland tijdens lange veldverkenningen zorgvuldig en verantwoord speurt naar sporen uit een ver verleden. Urenlang lopen over opgespoten zand, bukken, turen en verzamelen — en soms met lege handen terugkeren. Want wie hier zoekt, weet dat vondsten zeldzaam zijn en geduld vergen. Dit verslag, in de vorm van mailverkeer dat is gestuurd aan medewerkers van Natuurmonumenten, doet op betrokken en persoonlijke wijze verslag van deze zoektocht.
Af en toe geeft het zand zijn geheimen prijs: versteende botten van prehistorische zoogdieren of vuurstenen reststukken die herinneren aan Neanderthalers. In Tussen zand en tijd ontvouwt zich zo stap voor stap het verborgen verhaal van ons oerverleden.
Tussen Zand en Tijd
Marker Wadden – 30 oktober 2025
Beste Natuurmonumenters.
Hierbij een verslag van onze speurtocht op strand zuid van 30 oktober. Dankzij dat jullie ons met de elektrokar naar het uiterste puntje brachten konden we het achterste gedeelte intensiever onderzoeken. Het weer was echter ondanks de zon spelbreker. De wind veroorzaakte veel golfslag en daardoor konden we niet in het water speuren naar botten. Het zicht was minimaal. Uit ervaring weten we dat daar de meest interessante botten vinden. Wel vonden we zeer veel bewerkte stukken vuursteen, dus we klagen niet.
Op de foto hieronder zie je de botresten die we hebben gevonden. Op de bovenste rij zie je resten van edelhert. Links zie je een fragment van het middenvoetsbeen. Het is niet duidelijk of het van een edelhert of een rendier is. Het is wel zwaar gefossiliseerd. Rechts daarvan zie je een compleet bot. Het is een enkelbot (cuboïd) van het edelhert. Het is niet sterk gefossiliseerd en waarschijnlijk is het afkomstig uit het Holoceen. (Jonger dan 11.700 jaar). Rechts daarvan zie twee fragmenten van het gewei van een edelhert. Op de tweede rij zie je links een compleet bot van een paard. Het is het sprongbeen (astragalus) . Daarnaast zie je een fragment van een enkelbot van paard. Let wel dit is niet van het recente paard, maar van het oerpaard dat zeker ouder is dan 24.000 jaar. Paarden liepen over de mammoetsteppe van de laatste ijstijd naast de mammoeten, wolharige neushoorns, rendieren en steppenwisenten. Rechts daarvan zie je de bovenkant van een mammoetrib. Je ziet het gewricht van de rib die tegen het wervellichaam draait. Rechts zie een kogelvormig bot. Het is de kop van het dijbeen van een steppenwisent. Deze scharniert op de heupkom. Op de derde rij zie je links een aantal fragmenten van een slagtand van de mammoet. Completere stukken vinden we zelden. Door de invloed van weer, wind, zon en regen vallen deze snel uit elkaar. Rechts daarvan zie je een schedelfragment. Onduidelijk is echter van welk dier. Rechts daarvan zie je een groot rond bot fragment . Het is zwaar afgerond. Het is van een zeer jong dier. De botten van een jong dier zijn niet erg hard en verweren snel. Het is het wervellichaam van een zeer jong mammoetje. Helemaal onderaan zie je een berg botresten die zijn gevonden en niet op naam zijn te brengen.
Op de foto hieronder zie je een rijke oogst van bewerkte vuursteen. Dit is extreem veel. Omdat we intensief konden zoeken op het uiterste puntje van strand zuid konden we zoveel verzamelen. De eerlijkheid gebiedt te vermelden dat bij nader onderzoek altijd een groot deel afvalt en afgekeurd wordt. Er zitten een aantal interessante stukken bij. Met name de eerste twee stukken zijn fraaie schrabbers en rechts daarvan zien je een kling. Verder zie je een grote variëteit. De meeste stukken zijn afvalresten die ontstaan bij verwerken van vuursteen. De meest duidelijke afvalstukjes zie je helemaal onderaan. Het zuiderstrand is voor ons een rijke bron van bewerkte vuursteen werktuigen gemaakt door Neanderthalers. We hebben hier al meer dan honderd echte vuursteen werktuigen gevonden. Kortom dit is een toplocatie voor Neanderthaal werktuigen.
Op de foto hieronder zie je een paar vreemde eenden in de bijt. Dit zijn vondsten die uit een extreem oude tijd komen. Links zie je een witte koker ingeklemd in rode zandsteen. Het is de schelp die de behuizing vormt van een inktvis. Het is een bekende soort, namelijk de Orthoceras. Het is de voorloper van de huidige inktvis. De orthoceras fossielen kan men nu vinden in het zuidoosten van Zweden. Ik heb in het verleden zelf deze fossielen gevonden op het eiland Öland in de Botnische golf. De Orthoceras leefde gedurende het Ordovicium 400 miljoen jaar geleden. Het fossiel is gedurende de Saalienijstijd (+ 150.000 jaar geleden) door de enorme ijskap naar dit gebied getransporteerd. Je kunt op deze manier reconstrueren hoe de ijskap naar ons land vloeide.
Orthoceras.
Op de foto hierboven zie je een impressie van hoe het dier eruit moet hebben gezien. Naast het fossiel van de Othoceras zie je een kokervormig stuk fossiel. Dit is ook van een inktvis, maar het deel van het inwendig skelet. Het dier is veel jonger, namelijk afkomstig uit het Krijt of Jura tijdperk. Ongeveer tussen 200 en 64 miljoen jaar geleden. Als deze compleet zou zijn dan heeft deze de vorm van vulpen. We noemen dit fossiel belemniet. Ook dit fossiel is door het landijs van Scandinavië hierheen gebracht. De twee witgrijze brokken daaronder zijn ook door het landijs uit Scandinavië hierheen getransporteerd. Het linker stuk is een brok vuursteen waarop allemaal koraal en zelfs stekels van een zee-egel zitten. Minimaal 64 miljoen jaar oud. Het stuk rechts daarvan is een brok van gefossiliseerde wormgangetjes ook van dezelfde ouderdom. Het ijs bracht ons veel verrassingen.
De grootste verrassing is de haaientand onderaan. Dit is een zeer zeldzame vondst. Het is namelijk een tand van een witte haai. Zie het plaatje hieronder. De wortel is recent afgebroken. We hadden onderling een discussie of deze afkomstig is uit het Eemien (125.000 jaar geleden) of uit het mioceen plioceen (2,5 -10 miljoen jaar geleden). We hadden eerder dolfijn en walvisbotten gevonden die afkomstig zijn uit het mioceen plioceen. Als we de tand goed bekijken dan zien we een duidelijke serratie, een kartelrand. Dat betekent dat de tand niet gerold is en niet getransporteerd is door stromend water. Dat pleit ervoor dat deze tand afkomstig is uit het Eemien. In het verleden is eerder aangetoond dat de witte haai voorkwam in de Eemzee gedurende het Eemien. De witte haai is een warmte minnend dier. De temperatuur van het water moet minimaal 16 graden zijn. Het is een prachtige uitbreiding van de aangetoonde fauna gedurende het Eemien. Deze vondst zal opgenomen worden in een tentoonstelling in het erfgoedhuis in Almere. Daar zullen ook andere topvondsten van de Marker Wadden getoond worden. Jullie moeten daar maar eens een keer gaan kijken.
Frans Roescher
Witte haai.









