Tussen zand en tijd neemt je mee naar de uitgestrekte vlaktes van de Marker Wadden, waar Frans Roescher samen met andere leden van AWN Flevoland tijdens lange veldverkenningen zorgvuldig en verantwoord speurt naar sporen uit een ver verleden. Urenlang lopen over opgespoten zand, bukken, turen en verzamelen — en soms met lege handen terugkeren. Want wie hier zoekt, weet dat vondsten zeldzaam zijn en geduld vergen. Dit verslag, in de vorm van mailverkeer dat is gestuurd aan medewerkers van Natuurmonumenten, doet op betrokken en persoonlijke wijze verslag van deze zoektocht.
Af en toe geeft het zand zijn geheimen prijs: versteende botten van prehistorische zoogdieren of vuurstenen reststukken die herinneren aan Neanderthalers. In Tussen zand en tijd ontvouwt zich zo stap voor stap het verborgen verhaal van ons oerverleden.
Tussen Zand en Tijd
Marker Wadden – 13 oktober 2025
Beste Natuurmonumenters.
Hierbij een verslag van de veldverkenning die we uitvoerden op 13 oktober op strand zuid. De zoektocht leverde behoorlijk wat fossiele botresten op. Het verschil met het noorder strand is opvallend; daar vinden we relatief weinig botmateriaal. Er zijn een paar interessante stukken gevonden.
Op de foto hieronder zie je een paar grote botfragmenten. Het grote stuk links is zwaar gefossiliseerd. Opvallend is dat het recent gebroken is, waarschijnlijk bij het opbaggeren. De randen zijn scherp en niet afgerond. Dit is een fragment van een groot ledemaatbot. Het kan bovenarmbeen, spaakbeen, ellepijp, spaakbeen, dijbeen of scheenbeen zijn. Het bot is dik en zwaar. Hierbij moeten we denken aan mammoet of bosolifant zijn, Het stuk helemaal bovenaan is niet op naam te brengen. De twee stukken in het midden zijn schedelfragmenten. De bovenste is groot en zwaar en moeten we aan een groot dier denken, mammoet of bosolifant.
Op de foto hieronder zie je meer stukken van mammoet. Links bovenaan zie je een stuk van het wervellichaam. Rechts daarvan zie je een stuk van de onderkant van het polsbeen (scaphoid). Uiterst rechts zie je een fragment van een halswervel van een mammoet. Op de tweede rij zie een reeks ribfragmenten van de mammoet of bosolifant. Helemaal onderaan, het geelbruine stuk is een stuk van de schedel van een mammoet je ziet een stuk van tandkas waar de slagtand in heeft gezeten. Aan de kromming kun je zien dat de slagtand gekromd is en dus niet van de bosolifant kan zijn. Immers die heet in het engels de straight-tusked elephant, oftewel de olifant met de rechte slagtanden.
Op de foto hieronder zie je veel resten van het edelhert. Als we resten van het edelhert vindt kunnen die afkomstig zijn van twee periodes, namelijk het Holoceen, 11.500 jaar geleden tot heden, of het Eemien, het interglaciaal van 126.000 tot 115.000 jaar geleden. Het edelhert komt niet voor gedurende de laatste ijstijd. Het stuk links is een afgeworpen geweistuk. Het is zwaar gefossiliseerd wat kenmerkend is voor eemienfossielen. Dit is een mooie vondst van een dier dat naast nijlpaarden en bosolifanten liep. Rechts daarnaast zie je de onderkant van het schouderblad. De twee stukken daarnaast zijn van de onderkant van het bovenarmbeen. Daaronder zie je een klein fragmentje van een gewei. Rechts daarvan zie je een compleet sprongbeen (astragalus). Gezien de fossilisatie kan deze uit het Eemien zijn. Onderaan links zie je een botfragment wat ik niet op naam kan brengen. Ik denk dat het toch een bijzonder stuk omdat het bij de onderkant geslepen lijkt. Uit ervaring weet ik dat deze uitspraak tot wilde discussies leidt. Het is de moeite waard om deze nader te onderzoeken. Rechts daarvan zie je een beschadigd bot. Het is van het sprongbeen van een paard. Dit dier was een bewoner van de mammoetsteppe tijdens de laatste ijstijd. Helemaal onderaan zie je een fragment van een hoektand van een wild zwijn. Dit is een stuk uit het Holoceen. Rechts daarvan zie je een klein fragmentje van een lamel van een kies. Het grote zwarte bot daarboven was voor ons een grote verrassing. Het is een zwaar gefossiliseerde wervel van een dolfijn. Dit is een zeer oud fossiel, hierbij moeten we denken aan Plioceen of mioceen. De ouderdom moet je beschrijven in miljoenen jaren. Ouder dan 2,5 miljoen jaar, maar misschien wel 10 miljoen jaar oud. Dergelijke vondsten zijn zeer zeldzaam, maar we hebben eerder fossielen gevonden van walvissen die op dezelfde wijze gefossiliseerd zijn en eenzelfde ouderdom hebben.
Op deze laatste foto zie je een aantal vuursteen stukken waarvan wij vermoeden dat ze bewerkt zijn. Van de bovenste twee rijen denk ik het zeker te weten. Van de vuurstenen daaronder ben ik minder zeker. Ze hebben een paar kenmerken, maar niet alle. Die gaan we nog nader bekijken. Helemaal onderaan zie je een hoop botfragmenten die niet nader op naam zijn te brengen. Het zijn nog niet eens alles stukken die we hebben gevonden. In totaal hadden we wel ongeveer 15 kilo aan botten gevonden. Kortom een mooie oogst.
Frans Roescher







