Logo Tussen zand en tijd door Frans Roescher

Tussen zand en tijd neemt je mee naar de uitgestrekte vlaktes van de Marker Wadden, waar Frans Roescher samen met andere leden van AWN Flevoland tijdens lange veldverkenningen zorgvuldig en verantwoord speurt naar sporen uit een ver verleden. Urenlang lopen over opgespoten zand, bukken, turen en verzamelen — en soms met lege handen terugkeren. Want wie hier zoekt, weet dat vondsten zeldzaam zijn en geduld vergen. Dit verslag, in de vorm van mailverkeer dat is gestuurd aan medewerkers van Natuurmonumenten, doet op betrokken en persoonlijke wijze verslag van deze zoektocht.

Af en toe geeft het zand zijn geheimen prijs: versteende botten van prehistorische zoogdieren of vuurstenen reststukken die herinneren aan Neanderthalers. In Tussen zand en tijd ontvouwt zich zo stap voor stap het verborgen verhaal van ons oerverleden.

Tussen Zand en Tijd

Marker Wadden – 26 augustus 2021

Dag lieden.

Hierbij stuur ik jullie een kort verslag van de zoektocht op het Zuiderstrand op 26 augustus. Eerst wil ik terug komen op de beschrijving van het gewei met een stuk schedel .De vorige keer heb ik daar een foto van bijgestuurd. Ik heb deze vondst bekeken samen met enkele andere verzamelaars van pleistoceen botmateriaal, Dick Mol, Albert Hoekman en Kommer Tanis. Na vergelijking waren we het eens dat het toch om een edelhert ging en geen rendier. De doorsnee van het gewei wijkt af van wat de meeste edelherten hebben. Bij dit gewei is de doorsnee kielvormig. Dit is een variatie die af en toe voorkomt. Gezien de graad van fossilisatie en het verweerde oppervlakte denken we dat het afkomstig is uit het Eemien, de warme tijd voor de laatste ijstijd. Misschien kan ik het gewei laten dateren met de c14 methode. Deze methode gaat tot 47.000 jaar. Mocht het onderzoek uitwijzen dat het ouder is dan 47.000 jaar dan is het waarschijnlijk van Eemien ouderdom(120.000 jaar oud.) Als het gedateerd kan ik het daarna conserveren. Ik breng het dan terug. Een mooi stuk voor de vitrinekast.

Dag lieden.

Hierbij stuur ik jullie een kort verslag van de zoektocht op het Zuiderstrand op 26 augustus. Eerst wil ik terug komen op de beschrijving van het gewei met een stuk schedel .De vorige keer heb ik daar een foto van bijgestuurd. Ik heb deze vondst bekeken samen met enkele andere verzamelaars van pleistoceen botmateriaal, Dick Mol, Albert Hoekman en Kommer Tanis. Na vergelijking waren we het eens dat het toch om een edelhert ging en geen rendier. De doorsnee van het gewei wijkt af van wat de meeste edelherten hebben. Bij dit gewei is de doorsnee kielvormig. Dit is een variatie die af en toe voorkomt. Gezien de graad van fossilisatie en het verweerde oppervlakte denken we dat het afkomstig is uit het Eemien, de warme tijd voor de laatste ijstijd. Misschien kan ik het gewei laten dateren met de c14 methode. Deze methode gaat tot 47.000 jaar. Mocht het onderzoek uitwijzen dat het ouder is dan 47.000 jaar dan is het waarschijnlijk van Eemien ouderdom(120.000 jaar oud.) Als het gedateerd kan ik het daarna conserveren. Ik breng het dan terug. Een mooi stuk voor de vitrinekast.

Botfragmenten Marker Wadden

We hebben weer een flinke hoeveelheid botfragmenten gevonden. Gelukkig ook een paar complete botten die op naam zijn te brengen. Zie de foto hierboven . Links bovenaan zie je een groot stuk bot Het is de onderkant van het scheenbeen van een mammoet. Je kunt zien dat het een jong beestje is. Bij jonge dieren zijn de uiteinde van de ledemaatbotten nog niet vergroeid met de schacht van het bot. Rechts van dit bot zie je drie botjes. Dit zijn handwortelbeentjes van een paard. Gezien het formaat van deze botjes kun je zeggen dat het relatief grote paarden waren. Onder het grote bord zie je twee botten die in het skelet bij elkaar horen. Het betreft de hoef (3e phalange) en de teenkoot daarboven(2e phalange). Van de hoef hebben we de helft. Rechts hiervan zie je twee paardentanden. De langste is een bovenkaaks kies en de korte is een onderkaaks kies. Het betreft hier wel resten van pleistocene paarden. Deze stierven in Nederland uit aan het einde van de ijstijd. Pas ongeveer 5 a 6ooo jaar geleden werden de paarden als huisdier ingevoerd met de komst van landbouwers uit Zuid-oost Europa.

Botfragmenten van een hert, Marker Wadden

Op de foto hierboven zie je resten van hert. Links bovenaan zie je een vinger (of teen)-kootje. Het is de derde phalange. Daaronder zit het tweede kootje en daaronder de derde, de hoef. Rechts daarvan zie je behoorlijk verweerd sprongbeen( astragalus) en een voetwortelbeentje van een hert. Op de tweede rij zie je twee stukken geweitak en een hielbeen van een hert. Het hielbeen is niet compleet.

Botfragmenten, Marker Wadden

Hierboven op de foto zie je bovenaan drie botje van een bever (Castor fiber). Het linkerbotje is een lendenwervel. Het middelste is een sprongbeen (astragalus). Dit is voor bevers vrij groot. Rechts zie je een deel van het dijbeen, femur. De uiteinden ontbreken.

Op de tweede rij zie je twee botten van een rendier. Het linker bot is een sprongbeen en rechts daarvan zie je een stuk van een halswervel van een rendier.

Op de onderste rij links zie je het bovenste deel van het scheenbeen (tibia) van een rundachtige. Dit kan van steppenwisent of oeros zijn. Het is van een jong dier omdat dit nog niet vergroeid is met de schacht van het bot. Rechts zie je drie kleine botjes. Het linker is het tongbeen. Ik ben er nog niet achter van welk dier. Daarnaast zie je nog twee vogelbotjes. Ik heb ze nog niet op naam kunnen brengen. Ze zijn wel fossiel. Misschien dat jullie als vogelkenners dat weten. Dat hoor ik graag.

Lendenwervel steppenwisent

Bijna op het einde van zuiderstrand deden we nog een mooie vondst van een grote wervel. Ik voeg een foto bij van dit bot zoals we deze aantroffen in het zand. Het is een lendenwervel van steppenwisent. Gezien het formaat moet je denken aan een volwassen stier met een schofthoogte van 2.20 meter. Ik voeg hieronder een plaatje met een reconstructie van een steppenwisent vervaardigd door Dick Mol en Remy Bakker. Dick Mol staat op het plaatje. Met hem werk ik samen.

Reconstructie van een steppenwisent vervaardigd door Dick Mol en Remy Bakker

Op de foto’s ontbreekt nog één botje, een topvondst. Het is maar 4 a 5 cm lang. Het betreft een eerste phalange(kootje) van een grottenleeuw (Panthera leo spelaea). Dit is uitermate zeldzaam. De volgende keer plaats ik er een foto van dit bot bij. De grottenleeuw komt zowel in de ijstijd( het Weichselien) voor als de warme tijd ervoor (het Eemien).

Vuurstenen vondsten Marker Wadden

We hebben het nog niet gehad over de bewerkte stukken vuursteen. De oogst aan vuursteen artefacten was zeer groot. Ik kan me niet heugen dat ik op één zoektocht zoveel heb gevonden. Zie de foto hierboven. Bovenaan zie je een paar prachtige vuursteen klingen Daaronder enkele schrapers en afslagen. We hebben het dan wel over bewerkte vuurstenen met een “vingerafdruk” van neanderthalers.

We waren na deze zoektocht helemaal in de gloria. Het was een topdag. We zijn wel hongerig geworden en willen graag nog een keer komen zoeken. Komt het jullie uit als we donderdag 9 september met jullie mee kunnen varen? We zouden dan graag op het puntje van het  zuidstrand verder willen zoeken. Is het ook mogelijk dan op de strook land te zoeken parallel aan het zuidstrand? Ik wacht jullie reactie af.

Ik wil jullie bedanken voor de gastvrijheid en de medewerking.

Met vriendelijke groet Frans Roescher

Bekijk de eerdere bijdragen in de reeks Tussen Zand en Tijd