Tussen zand en tijd neemt je mee naar de uitgestrekte vlaktes van de Marker Wadden, waar Frans Roescher samen met andere leden van AWN Flevoland tijdens lange veldverkenningen zorgvuldig en verantwoord speurt naar sporen uit een ver verleden. Urenlang lopen over opgespoten zand, bukken, turen en verzamelen — en soms met lege handen terugkeren. Want wie hier zoekt, weet dat vondsten zeldzaam zijn en geduld vergen. Dit verslag, in de vorm van mailverkeer dat is gestuurd aan medewerkers van Natuurmonumenten, doet op betrokken en persoonlijke wijze verslag van deze zoektocht.
Af en toe geeft het zand zijn geheimen prijs: versteende botten van prehistorische zoogdieren of vuurstenen reststukken die herinneren aan Neanderthalers. In Tussen zand en tijd ontvouwt zich zo stap voor stap het verborgen verhaal van ons oerverleden.
Tussen Zand en Tijd
Marker Wadden – 9 september 2021
Dag lieden.
Zoals beloofd stuur ik jullie het verslag t.a.v. de vondsten op het Zuiderstrand op 9 september. Het was een uitermate vruchtbare speurtocht in het zand met interessante vondsten. De hoeveelheid botmateriaal was ongekend groot, wel een paar kilo. Zie hier onder. Het meeste materiaal is fragmentarisch en moeilijk op naam te brengen. Het heeft te lang aan de oppervlakte gelegen en is verweerd door zon en regen. Het valt dan uit elkaar als je het niet op tijd conserveert. In deze melee van bot fragmentjes kon ik toch nog een paar interessante stukken halen die op naam zijn te brengen of de moeite waard zijn om die nader te onderzoeken. Een aantal wil ik even de revue laten passeren.
Links bovenaan zie je een fragment, lamel van een mammoetkies. Rechts daarvan zie je een aantal stukken van mammoetslagtanden. Dit vind je vrij veel in het zand. Op de tweede rij zie je links een stuk rib van een rundachtige. Dit kan van een steppenwisent (Bison priscus) of oeros (Bos primigenius) zijn. Rechts daarvan zie je een stuk van een jukboog van een wolharige neushoorn (Coelodonta antiquitatis). Rechts daarvan is een fragment van een schedel. Het is onduidelijk van welk dier. Daaronder zie je twee geweistukken van edelhert. De onderste rij zijn ook stukken hertengewei. Het meest linkse stuk is zwaar gefossiliseerd en het zou kunnen dat er snijsporen op zitten. Dit moet nader onderzocht worden. Edelherten kwamen ook voor in de warme tijd voor de laatste ijstijd. (het Eemien). Het bot helemaal rechts onderaan is een deel van een halswervel van een rendier (Rangifer tarandus).
Hierboven zie je links bovenaan een groot fragment van een bot. Het is van de onderkant van een dijbeen van een steppenwisent. Bison priscus). Rechts daarvan zie je een complete 3e phalange van een edelhert of rendier. Het is de laatste teenkootje, de hoef. Daaronder links zie je een compleet voetwortelbeen, waarschijnlijk van een rundachtige. Rechts daarnaast zie je twee botjes die ik nog niet gedetermineerd heb, maar die uitermate spannend zijn. Vooral botjes die je niet bekend voorkomen kunnen van wat zeldzamere dieren zijn. Als ik daar uit ben laat ik het jullie weten. Daaronder zie je een ander bot waar ik nog geen chocola van kan maken. Dit zijn leuke puzzels. Links onderaan zie je een kies van een wolharige neushoorn, het is een premolaaar. Een wortel is afgebroken. Hij is relatief klein dus van een jong dier. Rechts daarnaast zie je een kies van een reuzenhert (Megaloceros giganteus). Hij is behoorlijk afgesleten en van een oud dier. Rechts onderaan zie je een botfragment van een pleistoceen paard. Het is de onderkant van een middenvoetsbeen of middenhandsbeen. Dit is wel bijzonder. Het paard was in Nederland uitgestorven aan het einde van de laatste ijstijd.
Het lekkerste bewaren we voor het laatst. We vonden een fantastische hoeveelheden bewerkt vuursteen. Het overtrof zelfs de hoeveelheid die we de vorige keer vonden. We gingen uit ons dak. Op de foto hierboven zie je bovenaan een aantal grote klingen. Het witte stuk steen in het midden is een levallois-afslag. De techniek om zo’n afslag te maken werd uitsluitend gebruikt door Neanderthalers. Dat betekent dat we spreken over een werktuig dat ouder is dan 40.000 jaar. Het kan zelfs 300.000 jaar oud zijn. Deze techniek werd een heel lange tijd gebruikt. Verder zie je verder nog meer klingen, schrapers en afslagen. Kortom een zeer rijke oogst. De Marker Wadden is een belangrijke vindplaats voor vuursteen artefacten uit de tijd van Neanderthalers. Een hotspot.
We danken jullie voor de gastvrijheid en medewerking.
Met vriendelijke groet Frans Roescher







