Tussen zand en tijd neemt je mee naar de uitgestrekte vlaktes van de Marker Wadden, waar Frans Roescher samen met andere leden van AWN Flevoland tijdens lange veldverkenningen zorgvuldig en verantwoord speurt naar sporen uit een ver verleden. Urenlang lopen over opgespoten zand, bukken, turen en verzamelen — en soms met lege handen terugkeren. Want wie hier zoekt, weet dat vondsten zeldzaam zijn en geduld vergen. Dit verslag, in de vorm van mailverkeer dat is gestuurd aan medewerkers van Natuurmonumenten, doet op betrokken en persoonlijke wijze verslag van deze zoektocht.
Af en toe echter geeft het zand zijn geheimen prijs: versteende botten van prehistorische zoogdieren of vuurstenen reststukken die herinneren aan Neanderthalers. In Tussen zand en tijd ontvouwt zich zo stap voor stap het verborgen verhaal van ons oerverleden.
Tussen Zand en Tijd
Marker Wadden – 20 februari 2026
Beste Natuurmonumenters.
Al tijden lang lag er een zak met door jullie gevonden botresten in het kantoor in de haven van Lelystad. Op 20 februari heeft Tim Captein mij deze botresten meegegeven. Hierbij zie je de determinatie van deze stukken. De potscherven heb ik buiten beschouwing gelaten.
Op de foto hierboven zie je veel botresten die recent zijn of hooguit holoceen. Het meeste is slachtafval. De Zuiderzee is een plek waar mensen eeuwenlang afval in gooiden. Bovenaan op deze foto zie je een scheenbeen (tibia) en twee middenhandsbeenderen van een rund. Het grote stuk rechts is de onderkant van het dijbeen (femur) van een rund. Op de tweede rij zie je drie fragmenten van wervels. Je kunt zien dat deze wervels bij het slachten door midden zijn geslagen met een bijl. Daarnaast zie je een rib en een stuk van het bekken. Dit is allemaal van een rund. Daaronder is een onderkaak met 2 molaren. Rechts daarvan zie je twee stukken, bovenarmbeen, van een varken. Helemaal onderaan zie je twee stukken. Het is de bovenkant van het scheenbeen van een rund.
Op de foto hierboven zie je botfragmenten die duidelijk pleistoceen zijn. (ouder dan 11.700 jaar). In vergelijking met de hiervoor beschreven stukken zijn deze veel zwaarder en massiever. Ze zijn echter wel lastig op naam te brengen ze zijn te fragmentarisch. Op de bovenste rij zie je schedelfragmenten. De binnenkant van de schedel wordt gekenmerkt door holtes. Het bespaart gewicht. Op de tweede rij zijn de twee grote stukken fragmenten van lange ledemaatbotten. Helemaal rechts een fragment van het schouderblad. Helemaal links onderaan zie je een gerolde steen met fossiele schelpafdrukken. Waarschijnlijk is dit meegevoerd door de Rijn (waar nu de IJssel loopt). De schelpafdrukken zijn miljoenen jaren oud. Waarschijnlijk jura of krijt.
Op de foto hierboven staan de meest interessante stukken afgebeeld. Het lange stuk links is een middenhandsbeen van een paard. Het is zwaar gefossiliseerd en komt uit de laatste ijstijd (het Weichselien). Dit paard heeft gelopen naast mammoeten en wolharige neushoorns. Het grote stuk rechts daarvan is het wervellichaam van een borstwervel van een mammoet. Aan het oppervlak kun je zien dat het van een jong dier is. De delen van de wervel waren nog niet aan elkaar vastgegroeid. Rechts daarvan een teenkoot van een steppenwisent. Dit bot scharniert aan de onderkant op een hoef. Het is helemaal compleet. Daaronder zie je een schedelfragment van een steppenwisent. Het is een achterhoofdknobbel dat scharniert op de atlas (de eerste halswervel).
Ik heb deze vergeleken met een complete schedel van een steppenwisent uit mijn collectie. Op de foto hieronder zie je de schedel.
Op de foto hierboven zie je het botfragment bij de achterhoofdsknobbel van de schedel. Het is duidelijk dat dit van een zeer grote stier is geweest. Bij steppenwisenten is er sprake van seksueel dimorfisme. (Stieren zijn groter dan koeien).
Op de afbeelding hieronder, een tekening van Remie Bakker, zie je een impressie van dit machtige dier. Een schofthoogte van 2.40 meter. Gedurende de laatste ijstijd liepen er gigantische kuddes rond van dit dier. Aan het einde van de ijstijd stierf dit dier uit.
In het midden van de foto met de meest interessante stukken zie je een kies. Het is een pre-molaar van een wolharige neushoorn, een tijdgenoot van de mammoet en de steppenwisent. De wortels zijn bijna compleet. Waarschijnlijk is deze bij het opbaggeren uit de schedel geslagen. De kies dreigt uit elkaar te vallen omdat deze sterk is uitgedroogd. Deze zal snel geconserveerd moeten worden. Helemaal onderaan zie je de bovenkant van het scheenbeen van een steppenwisent.
Helemaal links onderaan zie je een stuk vuursteen. Het is een prachtige levallois-afslag. Een werktuig gemaakt door Neanderthalers. Neanderthalers gebruikten uitsluitend deze techniek, moderne mensen niet. Het moet dan ook zeker ouder zijn dan 50.000 jaar oud. In vorige reportages heb ik deze levallois techniek al eens toegelicht. Dit is een topstuk.
De Marker- Wadden blijven ons verrassen.
Frans Roescher










