Tussen zand en tijd neemt je mee naar de uitgestrekte vlaktes van de Marker Wadden, waar Frans Roescher samen met andere leden van AWN Flevoland tijdens lange veldverkenningen zorgvuldig en verantwoord speurt naar sporen uit een ver verleden. Urenlang lopen over opgespoten zand, bukken, turen en verzamelen — en soms met lege handen terugkeren. Want wie hier zoekt, weet dat vondsten zeldzaam zijn en geduld vergen. Dit verslag, in de vorm van mailverkeer dat is gestuurd aan medewerkers van Natuurmonumenten, doet op betrokken en persoonlijke wijze verslag van deze zoektocht.
Af en toe echter geeft het zand zijn geheimen prijs: versteende botten van prehistorische zoogdieren of vuurstenen reststukken die herinneren aan Neanderthalers. In Tussen zand en tijd ontvouwt zich zo stap voor stap het verborgen verhaal van ons oerverleden.
Tussen Zand en Tijd
Marker Wadden – 10 februari 2026
Beste Natuurmonumenters.
Hierbij een kort verslag van de veldverkenning 10 februari 2026. Wij hebben met name gezocht op het recreatiestrand bij het restaurant. Er was veel zand opgebracht, maar helaas hebben wij weinig materiaal gevonden. Het meeste zand was aangereden. Dat heeft tot effect dat eventuele fossiele resten in het zand zijn geduwd door de voertuigen die er gereden hebben. We hebben slechts 1 fossiel bot gevonden. Er zal wat regen, zon en wind over heen moeten gaan om eventuele fossielen te kunnen zien. We hebben wel een aantal vuursteen artefacten gevonden, voornamelijk in de oudere stukken zand en duintjes.
Het fossiele stuk bot wat we gevonden valt op door het formaat en de fossiliseringsgraad. Het is zwaar versteend. Zie de foto hieronder. Het betreft het fragment links. Het volledige bot heb ik er naast gelegd. Het betreft het bovenste stuk van het spaakbeen( bij de elleboog) van een zeer grote rundachtige.
Op de foto hierboven zie je beter welk deel het is van het spaakbeen. Het is van een oeros of van een steppenwisent. Gezien de diepte waar het zand uitkomt denk ik aan steppenwisent. Het is dan wel een zeer groot exemplaar. Een stier. De steppenwisent vinden wij het meest in het opgespoten zand. Deze kwamen gedurende de laatste ijstijd in grote kuddes voor. Ze liepen er naast mammoeten, wolharige neushoorns en paarden. Hieronder zie je een plaatje van het dier.
Steppenwisent
Tot onze verrassing vonden we nog een sparrenkegel. Deze vind je doorgaans in het Eemien (interglaciaal 125.000 jaar geleden) en in fasen van de laatste ijstijd. We hebben deze eerder veel gevonden in Eemienafzettingen die opgespoten zijn bij IJburg. Zie bovenaan de foto hieronder. We vonden verder een paar vuursteen artefacten. Het zijn geen werktuigen, maar reststukken die je kunt beschouwen als afval bij het vervaardigen van werktuigen. Het stuk op de tweede rij links zou een werktuigje kunnen zijn. De twee stukken onderaan zijn twijfelstukken.
Frans Roescher









