Veenhuizen

Vroeger was er nog een Veenhuizen

Door C.C. Groothoff

Op de gang van het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten in Lelystad hangt een grote wandkaart van de Noordoostpolder, met daarop aangegeven alle vondsten die archeoloog van der Heide c.s. tot 1948 hadden geregistreerd.
Met verschillende symbolen is onder andere aangegeven of de gevonden scherven van aardewerk afkomstig zijn uit de tijd tot het jaar 1200, van 1000 tot 1400, van 1400 tot 1600 en van 1600 tot 1900.

Uit deze kaart blijkt dat een concentratie aardewerk “tot 1400”- maar niet later- is opgetekend op kavels M 23/24/34/35, waar nu zo ongeveer de Wellerwaard ligt. Een aanwijzing dat hier weleer een nederzetting is geweest.
Al is niet met zekerheid te zeggen dat de eerste woonkern onder de Wellerwaard ooit de naam “Veenhuizen” heeft gehad, doet de locatie vermoeden dat deze nederzetting het eerste Veenhuizen is geweest.
Want zowel de globale datering van het schervenmateriaal als enkele documenten wijzen op een nederzetting die hoogstwaarschijnlijk Fenehuysen of iets dergelijks heeft geheten. Zo wordt “Vene” genoemd in een oorkonde van 17 juli 1331 (ref. 1), en vermeldde paus Innocentius 1245 een aantal kapellen,o.a. in Nagel, Rutnaho, Linewerd (=Emmeloord) en ook Fenehuse. De kerk van Fenehusen is later weggespoeld. Van der Heide heeft echter geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een kapel, zoals b.v. stukjes daklei. Een nader onderzoek op deze locatie lijkt in de toekomst wel vruchteloos te zullen zijn, omdat recreatieterrein Wellerwaard er overheen is aangelegd zonder serieus archeologisch onderzoek.

Op een kaartje van 1570 en ook op alle kaarten nadien is de aanduiding ”Veenhuizen” te zien, ten westen van Kuinre. Die locatie ligt tegenwoordig gedeeltelijk in de Noordoostpolder, gedeeltelijk in Overijssel. Het is heel waarschijnlijk,dat door de aanvallen van de zee het eerste kerkdorpje Veenhuizen is verlaten (dus in de veertiende eeuw) en een paar kilometers verderop, ten westen van Kuinre, zich heeft hergevonden. Hier is weer een kerk gesticht, ofwel een kapelletje. Deze nederzetting heeft ook weer zwaar geleden door landafslag, maar ook door plunderingen en brand. Zo is bekend dat het kerkje al in 1549 zijn vicariën aan Kuinre heeft overgedragen , en dat er in 1763 nog vijf, en in 1793 nog maar één boerderij waren.

In 2017 is bij een opgravingscampagne van de Rijksuniversiteit Groningen onder leiding van Y.T.van Popta in het Kuinderbos aan de hand van duidelijke aanwijzingen op kaarten een structuur van middeleeuwse landbouwactiviteiten onderzocht (ook reeds genoemd door van der Heide) ( ref.3 ). Op de topografische kaart van o.a. 1950 is in Overijssel- maar vlak bij het tegenwoordige Kuinderbos gelegen- zelfs een terpje van 2,6 meter hoog met bouwrestanten aangegeven (ref.4 en figuur 1) Het terpje met resten van de vroegere kapel? Een nader onderzoek (veldverkenning) hoopt hierover binnenkort duidelijkheid te verschaffen.

Sgrootens Zuiderzee-kaart AWN Flevoland

Referenties

  1. R.Kamman, 1985. Geschiedenis van Kuinre en omgeving, Grafiplan,Hoogersmilde
  2. Website: Pietvanderlende@stellingwerven.nl
  3. G.D. van der Heide in: Driemaandelijkse Berichten van de Rijksdienst…, eerste en tweede kwartaal 1949
  4. www.topotijdreis.nl

Emmeloord, maart 2018, C.C.Groothoff,