Eerste lokatie van Emmeloord op Schokland

Emmeloord 1. “Verplaatst in de dertiende eeuw”, zeggen de scherven.

Vondsten archeologie AWN Flevoland

Zoals in het artikel door Bruno Klappe in “Schokkererf” van augustus 2016 was geponeerd, en door vondsten van AWN-Flevoland zeer aannemelijk is gemaakt, stond het eerste dorp Emmeloord op wat nu kavel O26 / J117 in de Noordoostpolder is.

Er stond een kerk, die reeds in 1132 wordt vermeld. Op een kaartje uit de 18-e eeuw staat ergens op noord-Schokland het bijschrift: “grond van de gewesene kerk”. Baksteen en tufsteen is hier gevonden. Daklei met spijkergaatjes.
Te eniger tijd is Emmeloord 1 naar het zuiden verplaatst, verdreven door het oprukkende water.
Is dit tijdstip misschien te achterhalen door bestudering van gevonden scherven aardewerk?
AWN-Flevoland heeft de scherven laten spreken. Uit een viertal vondstenlijsten van veldverkenningen van kavel O26, aanwezig in het Provinciaal Depot van Bodemvondsten in Lelystad, werd een overzicht samengesteld. Ruim 1000 aardewerkscherven zijn gedetermineerd.
Deze gegevens zijn verzameld in bijgaande tabel. De betekenis van “L” is: lade in grijze verzamelkast op het Depot. Gebruik makend van lit.1, “Een blik op scherven”zijn de verschillende categorieën aardewerk en de daarin gegeven mogelijke gebruiksperiode opgenomen.
Het lijkt er op dat de voornaamste afbraak van het dorp Emmeloord 1 al in de dertiende eeuw heeft plaatsgevonden: 73% van de scherven is afkomstig van vóór 1300 AD. Er zijn nog wel vondsten van latere periodes aangetroffen, tot recent aardewerk aan toe. Wellicht zijn er een paar woninkjes bewoond gebleven, of is dat gevonden aardewerk afkomstig van schepen of incidentele bezoekers. Door de daling van de zeespiegel (de kleine ijstijd is begonnen, fig.1 !) was het misschien nog enige tijd mogelijk in het buitengebied droge voeten te houden.

Benadering zeeniveau Schokland AWN Flevoland

Het is interessant om ook te kijken naar de informatie die de aardewerk scherven van de twee terpen op kavel J77 geven in lit.2. De datering van de aardewerkcomplexen daar is vrijwel zeker vóór 1100 AD . Dat de waterwolf in deze terpen eerder heeft toegeslagen dan op O26 is wellicht te verklaren uit de meer westelijke ligging van J77 ten opzichte van O26, maar zeker ook uit de aanwezigheid van dijkjes. Overigens zijn voorgaande bevindingen in overeenstemming met wat G.D.van der Heide laat zien in zijn boek “Van Landijs tot Polderland”. Emmeloord 1 zal dus in de dertiende eeuw verplaatst zijn naar de plaats op een terp ten zuiden van “Maenhuizen”. Is er nog te achterhalen wanneer de eerste kerk op Emmeloord 2 is gebouwd?

C.C.Groothoff, 2016

  • Lit.1. Een blik op scherven.Syllabus Aardewerk determinatie.S.Bloo, C.Wiepking,
    P.Klei, C.Nooijen. ADC, .2005.
  • Lit.2.Archeologisch onderzoek van twee terpschaduwen op kavet J177 (gemeente Noordoostpolder). J.W.H Hoogestijn, M.H.Bartels, F.J.Laarman. In: Cultuur Historisch Jaarboek voor Flevoland, Ruimte voor verandering, 1994.

Vondsten op kavel O26

Vondsten kavel O26 AWN Flevoland

Klaas de Vries: EMMELOORT

Wat de naem van het Eilandt Emmcloordt aengaet, daer in fchijnt eenige verandering te zijn, vermits ten tijde van den Heere van Zoudenbach , de plaetsè Emmelwerd genaemt wiert, en nu gemeenlijk Emmeloord, dat ook eigentlijk lagh aen het Noort-ooft-end, daer het toenmael, als ‘er noch veel Lands was, by d’inwoonders bewoont wiert, doch door het gewelt en ‘t inbreken der zee, die daer ter plaetfe veel landt wegh nam, waeren ze genootzaekt te verhuizen, en ten Zuiden van het lant zich neder te zetten, alwaer het Eilandt tegenwoordigh bewoont wordt, en was de zelve plaets toenmaels, by oudeluiden, Maenhuizen genaemt, en ftonden daer eenige weinigh huizen. Doch vermits Emmeloord wel het befte en bekenfte deel van het Eilande was, is de naem allengs Maenhuizen in vergetelheit geraekt. Ten Zuiden wort dit Emmeloord, door een floot van Ens, afgefcheiden, ten Werten en Ooften, is*eteveneens als Ens met een kleen dijkje,dat rontom beide plaetfen henen loopt, befchanfti voorts is’ et buiten dijks , daer aver eenige jaren noch lant was > met riedt bezet. dient dit riedt tot bthoudenis van dit Eilandt, vermidts by een geweidigen ftormwint, die kracht der zee daerop komt te breken, eer het zelve dijkje eenigh gewelt lijdt. En zoo wanneer die van het Eilandt een grooten ftorm zien opkomen, en ‘t inbreken van hun dijkje voor oogen, gaenze gemeenlijk het zelve, bevreeft zijnde, dat de watergolven, door de wint aengejaeght, al te grooten inbreuk, tot fchade en vermindering van ‘t Landt, dat meeft, indien nict al, veenachtigh is, geen fterken ftoot kan uitftaen, en als het zee-water aen het dijkje ftaet, doorgaens moerafchachtigh bevonden wort, moghtenkomen teveroorzaken, dit dijkje zelfs door íleken. Binncns dijks is het Landt zeer laegh, en doorgaens al gebroken lant, daer men te voet niet kan doorgaen, dan met een plankje van het eene lant op ‘tander • alleenlijkis’ereen Mcnnc-padt, dat van de huizen een groot ftuk weeghs na de Kerk loopt > tot aen het Wefterfche dijkje, daer längs heen men na de Kerk gaet, die vry hooger ftaet dan het gemene landt ¡ maer evenwel by fpringtijdt of een grooten ftorm, wel vier of vijf voeten in ‘t water komt te ftaen, die, alsook de huizen dan alleen gezien, en by het aenhouden van een ftormwint meermalen befchadight worden. Dit Kerkje is een oudt en vervallen gebouw, daer in men noch een Paepfe dootkift vindt, cn ftaet gegront op een hoop vervuilde koemis , met eenige zooden uit hun landen en ílooten te zamen vermenght; gelijkze meeft al hun huizen en fchuuren op dusdanige ftofte zetten:Want als d’Eilandersoordelen dat deze t’zamen-gemenghde en verfeheide ftofte, na’t verloop van eenigen tijt, dicht genoegh in een gepakt is , daer op gaenze dan hun huizen en hoifehuren bouwen. De werven, daer op hun wooningen ftaen, moeten ze ook met eenigh plankwerk en palen vry fterk voorzien, vermits het meer als eens gebeurt is, dat de zee by ftorm een grooten inbreuk in de huizen en werven maekte, in zulker voege datze met hun koebeeften ten hoogften verlegen waren, die zoo lang tot haer on met groóte moeite eenigh hoy onder de beeilen fchikten te krygen.Öntrent de veertigh jaren herwaerts, wierden by een grooten ftorm eenige huizen, met huisraedt, kiften en kaftén, wegh gefpoelt. De huizen die op dit Eilandt ftaen, zijn ontrent ten getale van vijfen-veertigh, cn veele der zelve in ‘t midden afgefchooten, die dan van tweehuisgezinnen bewoont worden.

Uit ;Historische beschrijvinge der Stadt Amsterdam door O. Dapper 1663. bladz. 549.

Werd met ‘Emmeloord’ waar het Graefeding gehouden werd door de Graaf van Kuinre rond 1400 wellicht een gebied of ‘Lande’ bedoeld terwijl het oude ‘Maenhuizen’ de nederzetting was? Emmeloord wat in 1132 al werd genoemd was wellicht een veel groter gebied zoals dit ook bij ‘Urck’ het geval was.

Maanhuizen was dan de nederzetting wat lag in het gebied van het Land van Emmeloord of Emelwarde wat in 1132 genoemd wordt en kerkelijk behoorde onder het aartsdiaconaat van Stavoren.

Met de Heerlijkheid of Gerechte van Urck en Emelwarde werd wellicht een groter territorium bedoeld wat behoorde tot ‘De Landen van Urck’ en wat we in de 15e eeuw nog tegenkomen in een Hofding van de Graaf van Holland.

Gerrit van Hezel:

Het zal wel een tufstenen kerkje zijn geweest.

De kerk (of de kerkvloer) aan het mennepad waar Dapper (1663) over spreekt (en waar jij eens een artikeltje over hebt geschreven) stond dus bij een flinke vloed 5 voet (145 cm) onder water. De gemiddelde zeespiegel was in 1663 zo’n 9 cm – NAP (gemiddeld hoogwater 1 cm + NAP) en in 1132 2 cm – NAP (gemiddeld hoogwater 8 cm + NAP). Om een beetje veilig te staan zal de oude kerk omstreeks 1100 tenminste op een hoogte van 7 voet boven gemiddeld hoogwater zijn gebouwd: 206 cm + NAP. Als de kerk in 1663 onder normale omstandigheden nog droge voeten hield (bijv. tot 20 cm boven h.w. of 21 cm + NAP) dan zal die kerk met zijn terp sedert 1100 tenminste 185 cm in het veen zijn weggezakt.

Schokland aan zee AWN Flevoland

In een van zijn laatste artikelen in het SE presenteerde Bruno Klappe een nog onbekende afbeelding van het kerkje van Ememloord dat in 1825 door de stormvloed werd vernietigd. Het staat zo te zien bij de oude  avenmonding. Mogelijk was dit ook de plek van de eerste kerk van Emmeloord-2.
Er is alleen een ‘mennepad’ [een rijpad] [1]voor de trekdieren, die dat gedeeltelijk van de huizen naar de kerk loopt tot aan het westerse dijkje, waarlangs men naar de kerk gaat, die vrij wat hoger staat dan het
gewone land. Maar bij springtij echter of een zware.storm komt de kerk wel vier of vijf voeten in ‘t water te staan, die dan samen met de huizen alleen nog zichtbaar zijn, en bij het aanhouden van een stormwind
worden huizen en kerk dikwijls beschadigd. Dit kerkje is een oud en vervallen gebouw, waarin nog een paapse doodskist staat. Het kerkje is gefundeerd op een hoop vervuilde koemest, vermengd met zoden uit hun
land en sloten, zoals ze ook meestal hun huizen en schuren op dit soort materiaal zetten.

  1. Menpad, -weg, weg naast de woningen voor de wagens (Arch. v. Ned. Taalk. 1, 335: Drente), ook menneweg, rijweg tussen de groen- en bouwlanden (Overijsel en Gelderland: N. Ned. Taalmag. 3, 237; deze vorm staat ook bij DE BO) [WNT]